Op de A2 tussen Weert en Eindhoven staan elke werkdag files. Vooral in de ochtendspits richting Eindhoven is sprake van structurele filevorming. Naast de dagelijkse gebruikers ondervinden ook de gemeenten langs de A2 en de provincies Noord-Brabant en Limburg de negatieve gevolgen hiervan. Deze dagelijkse congestie zet daarmee tevens de bereikbaarheid van Zuid-Nederland onder druk. Met behulp van diverse tellingen en onderzoeken (o.a. met bluetooth) is geconstateerd dat er sprake is van sluipverkeer om de filevorming te omzeilen. Daarnaast is duidelijk dat dit sluipverkeer steeds vaker voorkomt. Het verbeteren van de doorstroming op de A2 en daarmee ook de bereikbaarheid van Zuid-Nederland draagt bij aan het verbeteren van de leefbaarheid, de veiligheid, de economie en de internationale handel.

Aanleiding

Het programma SmartwayZ.NL werkt in samenwerking met diverse partijen aan een vlot, veilig, robuust en slim mobiliteitsnetwerk in Zuid-Nederland. Een belangrijk onderdeel hierin is een oplossing voor de structurele congestie op de A2 tussen Weert en Eindhoven. Daarom is de A2 Weert - Eindhoven één van de acht deelopgaven binnen het programma SmartwayZ.NL en het projectleiderschap ligt bij de Provincie Limburg.

Diverse onderzoeken focussen zich vooral op de verbetering van de multimodale bereikbaarheid, zonder dat de A2 zelf grootschalig wordt aangepakt (lees: wordt verbreed). Doel is de reiziger meer keuzemogelijkheden te bieden in zijn verplaatsing op de corridor A2 tussen Weert en Eindhoven, met name door betere alternatieven te bieden. Alternatieven kunnen tot stand komen door nieuwe systemen te realiseren (niet persé infrastructuur) en bestaande systemen beter of anders te gaan benutten. Gekoppeld hieraan wordt in beeld gebracht wat er nodig is om alternatieven bij de gebruiker beter onder de aandacht te krijgen.

Carpoolen en overstappen

Algemeen geldt dat de auto vooral in de spits niet altijd optimaal wordt benut (gemiddelde bezettingsgraad in de spits is ca. 1,2). Carpoolen past binnen de hoofdfilosofie van eerst de weggebruiker beïnvloeden (in de wijze van verplaatsen), dan het wegennet beter benutten en als laatste nieuwe infrastructuur bouwen. Carpoolen is echter al enige tijd uit de gratie in het verkeers- en vervoerbeleid. Eigenlijk onterecht, want in regio‚Äôs waar het carpoolen gestimuleerd wordt is sprake van een toename van het carpoolen. Daarnaast past carpoolen goed binnen de (hernieuwde) aandacht voor ketenmobiliteit en mobiliteitsmanagement. Binnen het carpoolen kunnen drie manieren onderscheiden worden:

  • De personen, die meerijden, gaan naar het huis van de bestuurder;

  • De bestuurder haalt de personen die meerijden op;

  • De bestuurder en de personen die meerijden verzamelen zich op één punt, waar vandaan gezamenlijk verder wordt gereden.